Dit is onze norm: wat wij uit de bronnen afleiden voor een slaapkamer. Het zijn geen medische grenswaarden, en een kamer die eraan voldoet belooft geen betere slaap. Hij haalt weg wat de slaap in de weg kan zitten.
01
Licht
De norm: 's Avonds gedimd, warm licht; 's nachts zo donker als het kan.
Waarom: Gooley en collega's (2011) vergeleken gewoon kamerlicht, onder de 200 lux, met gedimd licht onder de 3 lux in de uren voor het slapen. In kamerlicht begon de aanmaak van melatonine later en duurde hij ongeveer 90 minuten korter. Wright en collega's (2013) lieten zien dat het ritme van mensen die een week kampeerden, zonder elektrisch licht, verschoof naar de zon.
Wat we meten: Lichtsterkte in de avond en de nacht, en het licht dat van buiten binnenvalt.
Meer hierover in de kennisbank →02
Geluid
De norm: Buiten 's nachts gemiddeld niet meer dan 40 dB; binnen zo stil mogelijk, zonder pieken.
Waarom: De WHO noemt in haar Night Noise Guidelines for Europe (2009) een jaargemiddelde van 40 dB buiten in de nacht als streefwaarde, en 55 dB als tussendoel waar dat nog niet haalbaar is. Voor de kamer zelf telt ook wat een gemiddelde niet laat zien: losse pieken van verkeer, installaties of buren.
Wat we meten: Het geluidsniveau over de nacht, het gemiddelde en de pieken.
Meer hierover in de kennisbank →03
Temperatuur
De norm: Koel, en koeler dan de rest van het huis.
Waarom: Okamoto-Mizuno en Mizuno (2012) zetten het onderzoek naar warmte en slaap op een rij: in een warme omgeving liggen mensen langer wakker en krijgen ze minder diepe slaap en droomslaap, zeker als de lucht ook vochtig is. Hoe koel precies, verschilt per persoon, per seizoen en per dekbed.
Wat we meten: Het temperatuurverloop over de nacht, en hoe snel de kamer opwarmt.
Meer hierover in de kennisbank →04
Luchtvochtigheid
De norm: Een relatieve luchtvochtigheid tussen 40 en 60 procent.
Waarom: Arundel en collega's (1986) concludeerden dat binnen een relatieve luchtvochtigheid van 40 tot 60 procent de meeste nadelige effecten van te droge of te vochtige lucht het kleinst zijn, van huisstofmijt en schimmel tot droge slijmvliezen.
Wat we meten: De relatieve luchtvochtigheid, de hele week, dag en nacht.
Meer hierover in de kennisbank →05
Frisse lucht
De norm: Geventileerd, ook met de deur dicht: CO₂ laag houden.
Waarom: Strøm-Tejsen en collega's (2016) lieten studenten een week slapen met en een week zonder extra ventilatie. Met ventilatie lag CO₂ gemiddeld rond 835 ppm, zonder rond 2.395 ppm. Met ventilatie was de slaap efficiënter, gemeten met een polsmeter, en presteerden ze de dag erna beter. CO₂ zelf is daarbij vooral een maat voor hoe vers de lucht is.
Wat we meten: CO₂ over de nacht, met de deur en de ramen zoals u ze gewoonlijk hebt.
06
Het bed
De norm: Een bed dat bij uw lichaam, uw slaaphouding en uw partner past, eerst geprobeerd.
Waarom: Van de zes factoren is dit de enige die u een nacht lang aanraakt. Stevigheid, topper en maat maken het verschil, en die kiest u het best na een volledige nacht in plaats van tien minuten in een winkel. Hästens adviseert als standaardmaat 210 bij 210 centimeter.
Wat we meten: Hoe u ligt, wat u nu hebt, en welke stevigheid en maat u willen proberen.